Leerkrachten

Inleiding
Een kind dat stottert voelt zich niet begrepen door klasgenoten, leerkrachten en zelfs niet door de ouders. Het is ook moeilijk te begrijpen dat het praten goed gaat als het niet belangrijk is (bijv. tegen de hond, kat, knuffels of tijdens het spel) en juist als het praten belangrijk is, gaat het niet goed. Het kind is daarom bang om naar school te gaan, bang voor een beurt, bang om te moeten praten, bang om te worden uitgelachen. Het kind praat daar met niemand over want het weet, dat niemand er iets van begrijpt en ook dat niemand er iets aan kan doen. Daardoor voelt het zich eenzaam met zijn/haar probleem. Door onwetendheid en onbegrip van ouders, leraren en therapeuten voelt een kind zich vaak onveilig in de klas waardoor de school een ‘broedplaats’ kan worden voor stotteren. Het leren lezen en schrijven levert daaraan nog een extra bijdrage. Voor een nadere toelichting: zie bijlage 1.

Misvattingen over stotteren
Alhoewel stotteren vaak wordt gezien als een spraakprobleem, is het eigenlijk een angstprobleem dat zich uitsluitend kan ontwikkelen bij een kind dat sensitief van aard is. Op basis van deze sensitieve aard ontwikkelt het kind een extreme sensitiviteit op het gebied van spraak. Deze ontstaat door angsten voor de momenten van stotteren (vaak is dat de eigen naam) of als het een woord helemaal niet kan uitspreken en voor de gevoelens van schaamte en machteloosheid die dat oproept. Zelfs als de omgeving begrijpend en geduldig reageert, neemt dat de pijn, de schaamte, de onmacht en de frustratie niet weg over het feit, iets niet te kunnen waarvan het weet dat het dat wél kan in situaties waarin het niet belangrijk is.
Goedbedoelde adviezen zoals ‘doe maar rustig aan, neem je tijd’, ‘let op je ademhaling’ en ‘denk eerst goed na voordat je iets zegt’, bevestigen voor het kind alleen maar de onwetendheid van de luisteraar. Dit werkt als koren op de molen van het stotteren omdat het kind zich in toenemende mate onbegrepen voelt.
De algemene opvatting dat stotteren wordt veroorzaakt door een verkeerde ademhaling is niet juist. Een verkeerde of onregelmatige ademhaling is slechts een gevolg (symptoom) van stotteren. Letten op de ademhaling kan in sommige gevallen wel even helpen om een blokkade op te heffen (waardoor deze opvatting mogelijk in stand wordt gehouden), maar geen uitkomst bieden en spreken wordt er uiteindelijk alleen maar onnatuurlijker door (immers: wie let er op zijn ademhaling bij het spreken?)
Veel mensen hebben de opvatting dat het praten beter gaat als je iemand die stottert niet aankijkt. ‘Wegkijken’ als iemand praat, is voor kind dat stottert net zo vervelend als voor een kind dat niet stottert en het praten wordt hierdoor niet beter (alhoewel dit misschien wel even zo lijkt), maar wél onnatuurlijker. Blijf dus liever het kind gewoon aankijken en probeer aan te voelen hoe je eventueel kunt helpen.

Gevolgen van stotteren
Beurtangst en assertiviteit
Een kind dat lijdt onder z’n stotteren steekt niet zo gemakkelijk de vinger op in de klas, is bang om een beurt te krijgen en zal liever zeggen ‘ik weet het niet’ of bewust een verkeerd antwoord geven dan stotteren. Door zo weinig mogelijk te praten, weet een kind het risico op stotteren te minimaliseren in situaties waarin het dat belangrijk vindt, bijv. omdat het niet wil opvallen of omdat het geen energie of zin heeft om veel moeite te doen. Korte en gewenste antwoorden zijn het gevolg. Zolang de kern van het stotterprobleem actief blijft, zou bijv. een assertiviteitstraining weinig zin hebben. Integendeel: de machteloosheid (wel weten hoe te handelen maar niet bij machte zijn dit te doen) neemt daardoor alleen maar toe.

Voorlezen
Bij het om de beurt voorlezen in de klas scant een kind, dat ook stottert bij het lezen (dit hoeft niet altijd het geval te zijn), alvast de eerstvolgende alinea’s om zich voor te bereiden op het stuk dat het moet lezen. Dit gebeurt uit angst voor ‘moeilijke woorden’, die het dan ook wel tegenkomt: ze springen er letterlijk uit! De aandacht  is daardoor natuurlijk niet ‘bij de les’. Mogelijk leest een klasgenoot net iets langer of korter dan verwacht, dan slaat de paniek opnieuw toe en onderzoekt het kind angstvallig de nieuwe alinea die het waarschijnlijk zal moeten lezen op ‘moeilijke woorden’. De onzekerheid blijft en het kind koestert de vurige hoop dat het niet aan de beurt komt en als het nog lang duurt voordat de les is afgelopen, dat er een vliegtuig neerstort vlak bij de school zodat de les zal moeten worden gestaakt. Deze gedachtegangen deelt het kind met niemand!
Een kind dat dit meemaakt is dan ook opgelucht als de school uit is. Op de vraag ‘hoe het was op school’ krijgen de ouders een kort antwoord waarop zij zich er beklagen over het feit dat het kind zo weinig praat. Met geen woord rept het kind over de ‘ontberingen’ die het op school heeft meegemaakt. Ouders merken vaak pas dat er iets aan de hand is als het kind overstuur thuis komt omdat er iets is gebeurd op school (bijv. een kwetsende opmerking van een klasgenootje of een leraar die geen begrip had voor het stotteren) dat zo’n impact heeft gehad dat het kind zijn emoties niet meer kan verbergen. Als het kind gaat slapen, is het alweer bang voor de volgende (school)dag. Een spreekbeurt kan  zorgen voor wekenlange, slapeloze nachten.

Innerlijke onrust, leerachterstand
Omdat het kind zich voortdurend zorgen maakt om zijn spreken, is het vaak niet ‘bij de les’, waardoor het gemakkelijk een leerachterstand kan oplopen. Een onrustig en gespannen gevoel kan zich uiten in onrustig of zelfs vervelend gedrag, waarmee het kind zichzelf en anderen van zijn/haar probleem kan afleiden. Het compensatiegedrag voor het stotteren kan tevens de nodige aandacht en waardering opleveren van klasgenootjes. Vanuit de op deze wijze verworven gevoelstoestand gaat het spreken echter veel beter, waardoor het het kind in zijn gedrag wordt gestimuleerd.

Nieuwe klas
De zorgen en de angsten van een kind dat stottert kunnen ongekende vormen aannemen bij de overstap van het lagere naar het middelbare onderwijs. Een nieuwe klas en nieuwe leraren zijn voor het kind een schrikbeeld omdat niemand weet dat hij/zij stottert en alle angsten en spanningen, waar het al eens doorheen is gegaan, beginnen opnieuw. Hoe meer moeite het kind echter doet om vloeiend te spreken, des te meer moeite zal het hiermee hebben.

Hoe omgaan met een kind dat stottert?
Je kunt het kind geruststellen door na de les afspraken te maken met het kind over het wel of niet krijgen een (spreek)beurt. Een beurt krijgen is vervelend, maar geen beurt krijgen is ook niet leuk. Probeer in overleg met het kind een geschikte oplossing te vinden. Het gaat hierbij niet zozeer om de oplossing, maar door erover te praten zal het kind zich beter begrepen en daardoor veiliger en beter op z’n gemak voelen in de klas.
Laat bij het voorlezen een klasgenootje hardop meelezen of doet dit zelf. Belangrijk is daarbij dat de ‘tweede stem’ doorgaat als het kind blokkeert bij een bepaald woord zodat het kind dit woord kan overslaan en geen kans krijgt om er mee te gaan vechten. Dit neemt angst weg en voorkomt frustraties. Door erop te letten dat het eigen spraakgeluid synchroon blijft lopen met de ‘tweede stem’, wordt het kind rustiger en krijgt het meer vertrouwen. Laat de tweede stem afzwakken en uiteindelijk geheel wegvallen naarmate het vertrouwen in het eigen kunnen stijgt en onmiddellijk weer opkomen bij de minste of de geringste onrust die ontstaat. Deze is te herkennen aan spanning in de gelaatsuitdrukking van het kind en/of de hoogte van de stem. Zo stel je het kind in staat om het nodige vertrouwen op te bouwen waardoor het uiteindelijk vlekkeloos kan voorlezen.
Gaat het lezen helemaal niet, wil het kind niet dat iemand meeleest of haalt een kind een bepaald AVI-niveau niet, vraag dan aan het kind om thuis een stukje te lezen en hiervan een geluidsopname mee te brengen. Thuis, alleen op de kamer als niemand luistert, zal het lezen geen enkel probleem opleveren. Maar… alleen al de voorstelling dat iemand dit gaat horen of dat iemand meeluistert, kan het natuurlijke spreken alweer in duigen doen vallen. Voor een ervaring ter illustratie: zie bijlage 2.

Hoe kan ik helpen?
Helpen door een woordje ‘voor te zeggen’ of ‘een zin af te maken’ kan voor een kind dat stottert erg prettig, maar ook heel vervelend zijn. Je kunt zelf vaststellen hoe een kind hierop reageert. Als een kind opgelucht bevestigt wat je hebt (voor)gezegd en het dan waarschijnlijk zelf ook kan zeggen, heeft het dit waarschijnlijk als prettig ervaren. Als een kind niet bevestigt wat je hebt (voor)gezegd en blijft vechten met een bepaald woord, dan wil het dit waarschijnlijk liever zelf zeggen óf… je hebt iets verkeerds ‘ingevuld’. Helpen kan het gevoel van machteloosheid en onbegrip wegnemen en niet helpen geeft het kind, dat hier veel waarde aan hecht, de kans om het zelf te zeggen. Hoe je hiermee het beste kunt omgaan, is een kwestie van aanvoelen en in twijfelgevallen kun je aan het kind zelf vragen wat het als prettiger ervaart. Doe dit echter niet in de klas of waar anderen bij zijn omdat het kind dit als pijnlijk zal ervaren en zich zal schamen.

Meer informatie? Wij brengen graag een bezoek aan school voor het geven van voorlichting. Neem daarvoor contact met ons op.